Ardense dravik

Bromus bromoideus


© Ruud Beringen

Ecologie & verspreiding
Ardense dravik stond op zonnige, open plaatsen in matig droge, matig voedselrijke, kalkrijke grond. Ze groeide voornamelijk in speltakkers, daarbuiten op open plekken in kalkgraslanden. Haar vroeger verspreidingsgebied omvatte de Belgische Ardennen, Zuid-Limburg en Noord-Frankrijk. Deze dravik, die waarschijnlijk als een mutatie uit Zware dreps ontstaan is, was sterk gebonden aan de teelt van spelt en is met het verdwijnen van deze cultuur ten onder gegaan. De soort is van een enkele vondst uit Zuid-Limburg bekend, die stamt uit 1883 bij Gulpen. Van de andere vermelding uit deze regio (bij Epen) is geen herbariummateriaal bekend. De dravik heeft als laatste toevluchtsoord een aantal jaren in de botanische tuin in Meise (bij Brussel) gestaan en haar zaden zijn in de zaadcollectie opgenomen. Nog niet zolang geleden is het gelukt de plant opnieuw te laten kiemen uit deze zaden zodat de plant weer op een aantal plaatsen te zien is.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 0,30-0,70 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Rechtopstaande halmen.

Bladeren - Lijnvormige bladen.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De knikkende pluim wordt 18-20 cm. Lemma's in of onder het midden aan de rand met een tandachtig uitsteeksel of zijlobje, aan de top diep tweetandig, de tanden naaldachtig. Het lemma is daardoor schijnbaar drienaaldig (lemma is het schutblaadje van een zijasje van een aartje - het onderste kroonkafje).

Vruchten - Een graanvrucht. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op matig droge, matig voedselrijke, kalkrijke grond.

Groeiplaats - Grasland (open plekken in kalkgrasland) en akkers (speltakkers).
Familie: Poaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: voor 1900 verdwenen
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website