Geelgroene wespenorchis

Epipactis muelleri


© Theo Muusse

Ecologie & verspreiding
Geelgroene wespenorchis staat op licht beschaduwde, warme, beschutte, meestal droge tot soms vochtige, matig voedselarme, stikstofarme, kalkrijke bodems. Ze groeit in bosranden en struwelen, op kapvlakten, in loof- en soms in naaldbossen. Ze soort heeft een sterk verbrokkeld Europees areaal inclusief nog net Zuid-Limburg. Deze wespenorchis had een vijftal vindplaatsen, vaak met veel exemplaren. De soort is echter sterk achteruitgegaan door het staken van het traditionele hakhoutbeheer en wordt nu nog in een paar uurhokken gevonden. Door hernieuwd hakhoutbeheer en het verdwijnen van de in de nabijheid gelegen akkers zijn deze vindplaatsen veilig gesteld. Geelgroene wespenorchis is van zijn verwanten te onderscheiden door zijn stijve, vaak gegolfde bladeren en met zekerheid door het ontbreken van het rostellum. Door het ontbreken van dit orgaan vindt er praktisch alleen zelfbestuiving plaats. Dat dit niet altijd gebeurd blijkt uit het feit dat er een bastaard (Epipactis x reickei) gevormd kan worden tussen deze soort en Breedbladige wespenorchis.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - augustus

Hoogte - 0,20-0,50 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Een rechtopstaande stengel.

Bladeren - De geelgroene bladeren staan in twee  rijen. Ze zijn sikkelvormig en iets gootvormig. De randen zijn regelmatig gegolfd.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De iets opgerichte of afstaande bloemen zijn geelgroen. De lipbloemen zijn 7-9 mm lang en bleekroze of groenachtig. Ze hebben een hartvormige top (niet vlak) en een omlaag gekrulde punt. De meeldraad is aan de top versmald en gekromd. De bloemknop is stomp. De bloemen staan naar één  kant gekeerd. Het vruchtbeginsel is kaal of iets behaard.

Vruchten - Een doosvrucht met veel fijne zaadjes. Het bevat geen reservevoedsel. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Licht beschaduwde tot vrij zonnige, warme, beschutte plaatsen op meestal droge tot soms vochtige, matig voedselarme, kalkrijke grond.

Groeiplaats - Bosranden, struwelen (vooral op kalkhellingen), bossen (kalkrijke bossen) en kapvlakten.
Familie: Orchidaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: kalkrijke bossen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website