Zeelathyrus

Lathyrus japonicus


© Grada Menting

Ecologie & verspreiding
Zeelathyrus staat op open, zonnige, vochtige tot droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, brakke zandgrond en op stenige plaatsen. Ze groeit op stranden en in de zeeduinen (zowel op zand als op rolstenen en kiezel), op vloedmerken en tussen basaltblokken aan de voet van zeedijken. De liggende of klimmende soort komt voor langs de zeekusten van de koele streken van Noordelijk Halfrond. Nederland ligt binnen de Atlantische uitloper die vanuit Noord-Europa tot in de Noordzeegebied en het Kanaal reikt. De giftige plant wordt zeer zeldzaam aangetroffen langs de kust van Noord-Holland, in het Delta- en in het Waddengebied. De bloemen hebben eerst een blauwpaarse kleur en worden uiteindelijk blauw. De rijpende bruine peulen bevatten dikwandige zaden, die niet alleen tot 5 jaar hun kiemkracht behouden, maar ook een groot drijfvermogen hebben en hierdoor over grote afstanden vervoerd kunnen worden door het zeewater. De planten speelden en spelen een rol in de traditionele Chinese geneeskunst.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 0,15-1,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een sterk vertakt wortelstelsel met uitlopers, zonder onderaardse knolletjes. Worteldiepte tot 20 cm.

Stengels/takken - De liggende of klimmende stengels zijn iets vlezig en grijsgroen. De ranken kunnen al of niet vertakt zijn.

Bladeren - De bladeren zijn geveerd met meestal met 6 tot 8 (4 tot 10) elliptische of breed eivormige, iets vlezige deelblaadjes van 1 tot 4 cm. De blaadjes hebben veervormige nerven, de zijnerven reiken niet tot de top van de deelblaadjes en uitspringende zijnerven aan de onderkant. De steunblaadjes zijn driehoekig en met een spiesvormige voet.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Lang gesteelde trossen met 4 tot 12, 1,5 tot 2,2 cm grote bloemen, die eerst blauwpaars zijn, maar later blauw worden.

Vruchten - Een doosvrucht. De peulen zijn bruin, kaal en 3 tot 5 cm. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op vochtige tot droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, brakke grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Strand en zeeduinen (rolsteenstranden en kiezelstranden), Zeedijken (tussen basaltblokken aan de voet van zeedijken en op vloedmerken.
Familie: Fabaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: zeeduinen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website