Pijlscheefkelk

Arabis hirsuta subsp. sagittata


© Adrie van Heerden

Ecologie & verspreiding
Pijlscheefkelk staat op zonnige tot licht beschaduwde, droge, voedselarme, kalkrijke zandgrond of op stenige plaatsen. Ze groeit op kalkhellingen, in bossen en mergelgroeven, langs duinstruwelen, op oude stadsmuren en in schrale graslanden, op kalkrotsen en kalkpuin. Nederland valt binnen het Europese deel van het verspreidingsgebied. De soort is zeer zeldzaam in Zuid-Limburg op oude stadsmuren. De vroegere vondsten zijn verloren gegaan door de sloop van muren en door de restauratie en ontmanteling van verdedigingswerken. De beide ondersoorten zijn te onderscheiden doordat Pijlscheefkelk door de spaarzame beharing grasgroen is en hebben de stengelbladen een diep hart-pijlvormige voet met afstaande oortjes en zijn ze groter dan de internodiën. De middennerf van de vruchtkleppen is alleen aan de voet duidelijk. Bij Ruige scheefkelk is door de dichte beharing dofgroen, zijn de stengelbladen zijn aan de voet afgeknot, geoord of met een hartvormige voet stengelomvattend en zijn ze kleiner dan de internodiën en is de middennerf over de hele lengte duidelijk zichtbaar.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juni

Hoogte - 0,30-0,90 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De donkergroene stengels zijn behaard, niet of weinig vertakt en zonder waslaagje.

Bladeren - De donkergroene rozetbladeren zijn eirond tot langwerpig, in de korte steel versmald en ondiep getand of met een gave rand. De 25 tot 35 stengelbladeren groeien dicht opeen, zijn langwerpig, ondiep getand en vaak sterk behaard. Aan de voet zitten 1 tot 2 mm lange, spitse, afstaande stengelomvattende oortjes.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Een bloeiwijze met veel bloemen, die zich na de bloei verlengd. De witte bloemen zijn 4 tot 6 mm.

Vruchten - Een doosvrucht. De rechtopstaande hauwen zijn 3 tot soms 7 cm lang en dicht op elkaar. De vruchtkleppen hebben een duidelijke middennerf, die tot ongeveer het midden doorloopt. De zaden zijn rondom breed gevleugeld. De zaden zijn langlevend (> 5 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge, voedselarme, kalkrijke grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Oude stadsmuren, kalkhellingen en mergelgroeven.
Familie: Brassicaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: muren
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website