Gewone duivenkervel (subsp. wirtgenii)

Fumaria officinalis subsp. wirtgenii


Ecologie & verspreiding
Deze ondersoort van de Gewone duivenkervel staat op open, zonnige, ± voedselrijke, matig droge tot matig vochtige, stikstofrijke en losse, basenrijke, goed doorlatende, zwak zure tot meestal kalkrijke grond die kan bestaan uit lichte klei, leem, zavel en zand. Ze groeit in akkers en moestuinen, op bouwland en in ruigten, in bermen, in wijngaarden, op braakliggende grond en ruderale plaatsen. Nederland valt geheel binnen het Europese deel van het areaal. De verspreidingsatlas geeft een vertekend beeld, de soort is zeer waarschijnlijk ook in andere delen van Nederland te verwachten. De vondsten die in het oosten van het land gedaan zijn weerspiegelen zeer waarschijnlijk alleen de activiteiten van enkele lokale, alerte en ijverige, floristen. Deze ondersoort heeft vergeleken met de andere ondersoort een slankere habitus en iets smallere bladslippen. Ze draagt verder een bloeiwijze met meestal minder dan 20 bloemen die ook iets kleiner zijn.
Familie: Papaveraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke akkers
© 2024  FLORON
Ga naar de volledige website