Fransje

Scirpus lacustris subsp. flevensis


Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - -

Hoogte -

Geslachtsverdeling -

Wortels - De wortelstok is vrij hard en taai en wordt later geel- of roodbruin.

Stengels/takken - De blauw- of grijsgroene stengels zijn aan de voet niet knotsvormig verdikt.

Bladeren - Voor en tijdens de bloei zijn er één  of twee  bladeren met een duidelijke bladschijf. De bladscheden gaan later vezelen.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloeiwijze is meestal vrij los met tot 6 cm lange, vertakte assen. De aren zijn roodbruin, langwerpig tot langwerpig-eivormig met veel bloemen. De bruine kafjes dragen op de middennerf (de onderste ook vlakbij de middennerf) rode wratjes. Er zijn twee  of drie  stempels in een aar. Het helmbindsel is meestal korter gebaard dan bij Mattenbies.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het nootje is driekantig of platbol en ongeveer 2,5 mm lang. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige plaatsen in ondiep, voedselrijk, zoet, stilstaand tot langzaam stromend water.

Groeiplaats - Waterkanten.
Familie: Cyperaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website