Veldwarkruid

Cuscuta campestris


© Peter Meininger

Ecologie & verspreiding
Veldwarkruid staat op een zonnige en warme, matig droge tot vochtige, voedselrijke bodems, die uit diverse grondsoorten kan bestaan. Het is een eenjarige stengelparasiet die op veel wilde en gekweekte plantensoorten kan woekeren en die in Nederland in wortel- en klavervelden is ze aangetroffen. De oorsprong van de plant is niet helemaal duidelijk, er wordt van uitgegaan dat Veldwarkruid inheems is in Noord-Amerika en het Caribische gebied maar mogelijk is ze ook inheems in sommige delen van Zuid-Amerika. Veldwarkruid is een invasieve soort die als zaadverontreiniging wijd verspreid is en zich in tal van gematigde en subtropische streken van de wereld gevestigd heeft. De soort is zeer zeldzaam ingeburgerd in Nederland tussen 1950 en 1974. De plant heeft een doosvrucht die, evenals bij Oeverwarkruid niet openspringt. Ze is van deze soort te onderscheiden door de dunnere, geelachtige stengels en kroonslippen die afwijken doordat ze ± even lang zijn als de kroonbuis.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - oktober

Hoogte - 0,30-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Veldwarkruid lijkt op Oeverwarkruid, maar heeft dunnere, geelachtige stengels.

Bladeren -

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen vormen dichtbloemige, ronde kluwens. Ze zijn geelgroen, wit of groenachtig wit, worden 2 tot 3 mm groot en zijn 5-tallig en komvormig. Ze zijn tot op de helft ingesneden met spitse slippen en hebben voornamelijk aan de top gewimperde kroonschubben. De kelkslippen zijn eirond met een afgeronde top. De bloemsteeltjes zijn meestal korter dan de bloemen. De meeldraden steken buiten de bloembuis.

Vruchten - Een doosvrucht. De vruchten zijn afgeplat bolvormig en 2 tot 4 mm lang. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke grond. Veldwarkruid is een stengelsparasiet die woekert op verschillende planten, waaronder gekweekte Trifolium- en Medicago-soorten.

Groeiplaats - Akkers (o.a. in wortelvelden).
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke akkers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website