Noorse ganzerik

Potentilla norvegica


© Annie Vos

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - september

Hoogte - 0,15-0,50 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn vrij ruw behaard.

Bladeren - De geveerde bladeren zijn 3-tallig en aan de voet soms 5-tallig. De deelblaadjes zijn elliptisch, getand of dieper ingesneden. Tijdens de bloei zijn de rozetbladeren meestal al afgestorven.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen vormen samen dicht bebladerde bijschermen. De lichtgele kroonbladen zijn 4 tot 5 mm lang en de kelkbladen 3 tot 4 mm. Na de bloei groeien deze laatste uit (ook de bijkelkbladen) naar 8 tot 12 mm.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn langlevend (> 5 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, stikstofrijke, kalkarme en meestal omgewerkte grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Omgewerkte grond, braakliggende grond, moestuinen, ruderale plaatsen, ruigten (voedselrijke ruigten), bermen (open plekken en schrale bermen), heide (langs vennen), waterkanten, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), zandstorten, in krimpscheuren van drooggevallen uiterwaarden, bij houtopslagplaatsen, bij graanoverslagbedrijven, industrieterreinen, haventerreinen, stortterreinen, mijnsteenbergenen rotsachtige plaatsen.
Familie: Rosaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke ruigten
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website