Nerfamarant

Amaranthus blitoides


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Nerfamarant staat op open en zonnige, warme, droge en matig voedselrijke, meestal periodiek gestoorde en vaak oppervlakkig bewerkte, stikstofrijke en kalkhoudende, grove zanden en ook op stenige plaatsen. De eenjarige plant groeit in ruigten en bermen, in ruderale duinen en akkers, langs rivieren en op omgewerkte grond, op overslagplaatsen en bij molens, op spoorweg- en andere aanvoerterreinen. De soort stamt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is als verontreiniging in wol en vogelzaad terecht gekomen en ingeburgerd in Europa en Noord-Afrika. Ze is tussen 1900 en 1924 zeldzaam ingeburgerd in de Hollandse duinen en in het rivierengebied (hier het meest langs de Waal bij Nijmegen). Nerfamarant vormt matten en is tot aan de top bebladerd (alle bloemkluwens zijn bladokselstandig) en de bladeren zijn spatelvormig. De bloemdekbladen zijn 4-5-bladig, de vliezige steelblaadjes zijn iets korter dan de lancetvormige bloemdekbladen en even lang als de vrijwel rolronde vruchten die overdwars open springen en 3 groene nerven dragen.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - augustus - herfst

Hoogte - 0,15-0,50 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, éénhuizig

Wortels -

Stengels/takken - De liggende tot opstijgende stengels zijn sterk vertakt, kaal of naar boven toe iets behaard en tot aan de top bebladerd. Ze vormen vaak een plat op de grond liggende mat.

Bladeren - Bij de spatelvormige bladeren zie je dat de grootste breedte boven het midden zit. Ze zijn tamelijk vlezig, meestal 1½ tot 3 cm lang en met aan de onderkant een duidelijke witachtige middennerf en zijnerven.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant). De bloemen zijn groenig met vaak een roodachtige tint. Elke bloem heeft 4 of vaak 5 langwerpige bloemdekbladen, Ze zijn in het midden het breedst (ongelijk van grootte). Het schutblad is iets korter dan de bloemdekbladen. Samen vormen ze bloemkluwens in de oksels van de bladeren.

Vruchten - Eenzadig, openspringend. De vruchten zijn vrijwel rond, met 3 groene nerven en vaak met een roodachtige tint. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open, meestal periodiek gestoorde plaatsen op droge, matig voedselrijke, kalkhoudende, vaak oppervlakkig bewerkte zandgrond.

Groeiplaats - Zeeduinen, akkers, waterkanten (langs rivieren), omgewerkte grond, ruigten (voedselrijke ruigten), bij molens, langs spoorwegen (stationsterreinen) en andere aanvoerterreinen.
Familie: Amaranthaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke ruigten
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website