Veelbloemige veldbies

Luzula multiflora


© Willem Braam

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - juni

Hoogte - 0,20-0,40(-0,60) m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Het wortelstokje staat min of meer rechtop. Er zijn geen uitlopers. Worteldiepte 10 tot 20 cm.

Stengels/takken - De stengels staan stijf rechtop. Veelbloemige veldbies vormt dichte pollen.

Bladeren - De dofgroene bladeren zijn vaak wat rood aangelopen. De rand is getand.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen groeien in dichte, eivormige hoofdjes. Ze staan met 5 tot 20 (zelden minder) bij elkaar in een schermvormige of samengetrokken bloeiwijze. Ze zijn bruin of soms bleek. De helmknoppen zijn ongeveer 1 mm lang en iets korter tot iets langer dan de helmdraden (zelden zijn ze 2 keer zo lang). De bloeiwijze is kluwenvormig samengetrokken. De meestal lichtbruine, 3 tot 3,5 mm lange bloemdekbladen zijn geleidelijk in een lange punt versmald en duidelijk langer dan de vruchten.

Vruchten - Een dosvrucht. De zaden hebben aan de voet een aanhangsel. Dit aanhangsel beslaat hoogstens 1/3 deel van de rest van het zaad. De zaden zijn langlevend (> 5 jaar). Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofarme, kalkarme, zwak tot matig zure, humeuze grond (zand, leem en veen).

Groeiplaats - Bossen (loofbossen, op wortelkluiten van omgewaaide bomen, moerasbossen en langs bospaden), bosranden, kapvlakten, grasland (nat, licht bemest grasland en onbemest hooiland), bermen, heide, langs spoorwegen (spoorbermen), opgespoten grond, zeeduinen (duinvalleien) en moerassen (veenmosrietland).
Familie: Juncaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: natte, bemeste graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website