Bruine roest

Puccinia recondita


© Leo Jalink

Ecologie & verspreiding
Biotrofe parasiet die spermogonia, aecia, uredinia en telia vormt op zeer vele waardplanten, de spermogonia en aecia op de boven- resp. onderzijde van het blad van allerlei tweezaadlobbige plantensoorten en de uredinia en telia meest op de bovenzijde van het blad van allerlei grassoorten. Spermogonia en aecia worden in de lente aangetroffen op soorten uit de geslachten Akelei* (Aquilegia), Amerikaans vergeet-mij-nietje* (Omphalodes verna), Bernagie* (Borago officinalis), Boterbloem (Ranunculus), Christoffelkruid* (Actaea spicata), Clematis*, Hondstong* (Cynoglossum), Longkruid* (Pulmonaria), Monnikskap (Aconitum), Nieskruid* (Helleborus), Nigelle* (Nigella), Ossentong* (Anchusa), Parelzaad* (Lithospermum), Ridderspoor* (Consolida), Ruit (Thalictrum), Slangenkruid* (Echium), Smeerwortel (Symphytum), Trollius*, Wasbloempje (Cerinthe) en Winterakoniet (Eranthis); uredinia en telia worden meest vanaf de late lente aangetroffen op de boven- resp. onderzijde van blad  van grassoorten uit de geslachten Dravik (Bromus), Fakkelgras (Koeleria), Geitenoog (Aegilops), Gerst (Hordeum), Glanshaver (Arrhenatherum), Hondstarwegras (Elymus), Kweekgras (Elymus), Rogge (Secale), Tarwe (Triticum), Vaste dravik (Bromopsis), Vossenstaart (Alopecurus), Waaierdravik (Anisantha) en Zwenkgras (Festuca). Op spermogonia/aecia-waardplanten niet algemeen, op grassen algemeen, maar onvoldoende geïnventariseerd.
© 2024  NMV
Ga naar de volledige website