Valse wingerd

Parthenocissus inserta


© Peter Meininger

Ecologie & verspreiding
Valse wingerd staat op zonnige tot beschaduwde, droge tot matig vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond. Ze groeit in loof- en naaldbossen, in bosranden, ruigten en struwelen, in zeeduinen en op spoorwegterreinen, op afrasteringen en ruderale plekken, op dijken en muren, op rotsen en in bermen. Ze is als sierplant verwilderd en plaatselijk ingeburgerd. De plant stamt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is in Nederland vrij zeldzaam en sinds de 19de eeuw ingeburgerd. De klimplant klimt alleen wanneer er een object is waartegen opgeklommen kan worden, anders groeit ze als bodembedekker. Alle bladeren zijn vijftallig en vaak rood aangelopen, de ranken hebben 3-5 zijtakken die aan het eind vaak wel verdikt zijn maar nooit hechtschijfjes dragen. Valse wingerd wordt normaal door insecten bestoven en de bessen worden door vogels gegeten en zo worden de onverteerde zaden verspreid. De dof blauwe tot zwartachtige bessen bevatten oxaalzuur, smaken flauw zoet en hebben een scherpe nasmaak.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - augustus

Hoogte - tot 12,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De takken zijn houtig. Ze richten zich alleen op als ze in aanraking komen met een hek, haag of muur, waaraan ze zich met ranken vasthouden. De ranken zijn vertakt en staan tegenover de bladeren.

Bladeren - De donkergroene bladeren zijn handvormig met 5 of 7 langwerpige, spitse, gezaagde deelblaadjes.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Alleen klimmende takken vormen bloeiwijzen. De bloeiwijzen zitten tegenover de bladeren. Ze zijn enige malen gegaffeld, waarbij de 2 takken telkens een rechte hoek met elkaar maken. De bloemen zijn klein, groenig, voor een deel tweeslachtig en voor een deel mannelijk. De kelk is komvormig. De 5 kroonbladen zijn vrij. De bloemen bevatten 5 meeldraden en de stamper is bovenstandig.

Vruchten - Een bes. De bessen zijn dofblauw tot zwartachtig. Ze hebben een flauw zoetige smaak met een scherpe nasmaak. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, soms half beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke grond.

Groeiplaats - Bosranden, struwelen (voedselrijke zomen), ruigten, langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), afrasteringen, ruderale plaatsen, zeeduinen, omgewerkte grond, bermen en dijken.
Familie: Vitaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke zomen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website