Bergroos

Rosa glauca


© Jan Klinckenberg

Ecologie & verspreiding
Bergroos (Rosa glauca) is een rechtopgaande struik, 1-3 meter hoog. De jonge takken zijn glanzend rood of bruin en blauwachtig berijpt; oude takken grijsachtig. In jonge toestand zijn de blaadjes opvallend roodachtig groen tot blauwachtig berijpt. De kroonbladen zijn karmozijnrood tot roze met een witte nagel, de kelkbladen zijn ongedeeld, soms met franjeachtige aanhangsels. De bottels zijn vrij klein en in zijaanzicht rond. Door de blauwgroene bladeren in combinatie met donkerroze bloemen en ongedeelde kelkbladeren is Bergroos makkelijk herkenbaar.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 1,00-3,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Rechtopgaande struik, 1-3 meter hoog. Takken gelijksoortig bestekeld, onbeklierd. Jonge takken glanzend rood of bruin en blauwachtig berijpt; oude takken grijsachtig. Stekels recht of licht gebogen.

Bladeren - Bladen 7-tallig, geurloos. Steunblaadjes onbehaard, met klieren aan de rand. Bladsteel en bladspil onbehaard en onbeklierd. Blaadjes 2-3,5 cm lang en 1-1,5 cm breed, elliptisch, aan de voet afgerond, met toegespitste top, enkelvoudig gezaagd. In jonge toestand zijn de blaadjes opvallend roodachtig groen tot blauwachtig berijpt, niet glanzend, meestal onbehaard, soms aan de onderzijde op de hoofdnerf behaard.

Bloemen - Bloeiwijze met 2-6 bloemen. Deze zijn 2,5-3 cm in doorsnede. Bloemsteel 0,5-2 cm lang, al of niet beklierd, vaak omhuld door schutbladen. Kelkbladen ongedeeld, soms met franjeachtige aanhangsels. Ze zijn twee keer zo lang als de kroonbladen, steil opgericht, beklierd, blijvend. Kroonbladen diep karmozijnrood tot roze met witte nagel. Stijlen vrij (niet tot een zuiltje vergroeid), kort en wollig behaard. 

Vruchten - Bottelsteel 1-2,5 cm lang (1-2 x zo lang als de bottel), al of niet beklierd. De bottels zijn vrij klein, 1-1,5 cm lang en circa 1,5 cm in dwarsdoorsnede, in zijaanzicht rond, al of niet beklierd. Bij rijpheid zij ze oranjerood tot bruinrood. Discus is zwak concaaf, stijlkanaal tamelijk groot, tot meer dan 2 mm in doorsnede.

Bodem -

Groeiplaats - Struwelen, bosranden
Familie: Rosaceae
Groep: Vaatplanten
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: struwelen
© 2026  FLORON
Ga naar de volledige website