Kamferalant

Dittrichia graveolens


© Gertjan van Mill

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - herfst

Hoogte - 0,20-0,50 m.

Geslachtsverdeling -

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn sterk beklierd. De plant verspreidt een duidelijke kamfergeur.

Bladeren - De lancetvormige tot langwerpige bladeren zijn gaaf of kort getand.

Bloemen - De kleine hoofdjes vormen samen slanke pluimen. Elk hoofdje is 0,5-1,2 cm breed. De lintbloemen worden tot 3 mm lang en zijn niet of weinig langer dan de omwindselbladen.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De nootjes zijn rolrond en de pappusharen zijn bij de voet samengegroeid. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen (pioniervegegatie) op (minstens periodiek) vochtige, voedselrijke, vaak iets stenige grond.

Groeiplaats - Industrieterreinen, haventerreinen, mijnsteenbergen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), bermen (middenbermen van autowegen) en braakliggende grond.
Familie: Asteraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website