Grindstijfgras

Micropyrum tenellum


Ecologie & verspreiding
Grindstijfgras staat op open en zonnige, droge en warme, humusarme, matig voedselarme tot matig voedselrijke, uitgesproken stikstofarme, zure tot neutrale, vrij kalkarme zand-, en grindgrond. Ze is een pionier op rivierduinen en open plekken in grasland, in bermen en op ruderale, zandige plaatsen, op spoorwegterreinen en tussen het grind van ballastbedden, op grindoevers en mijnsteenbergen, in lichte bossen en struwelen. De eenjarige en efemere soort is inheems in Noord-Afrika en Zuid-Europa en is bezig zijn areaal naar het noorden te verplaatsen. De plant is zeer zeldzaam en ingeburgerd tussen 1975 en 1999 in stedelijke omgeving en in het rivierengebied. Deze nieuwkomer heeft aartjes die met hun brede zijden tegen de as aanstaan, groeit in polletjes, heeft starre, kale stengels met bijna zwarte knopen en borstelvormige, kort behaarde bladeren. Het aartje is zijn ± even lang als de geledingen van de vierkante as, heeft ± gelijke kelkkafjes en gewimperde lemma’s en bevat 3 tot 9 bloemen.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juli

Hoogte - 0,10-0,50 m.

Geslachtsverdeling -

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande, kale stengels zijn niet of alleen aan de voet vertakt.

Bladeren - De bladscheden zijn bedekt met vele korte, teruggerichte haren. De bovenste zijn maar weinig behaard. De bladen zijn aan de bovenkant kort behaard.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De aartjes staan op een korte (½-1½ mm) steel. Ze zijn 0,5-1 cm lang en vormen een smalle, tweerijige tros met een vierkantige as. De geledingen zijn ongeveer even lang als de aartjes, die met de zijkant tegen de as aan staan. Ze bevatten vier  of meer bloemen.

Vruchten - Een graanvrucht. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselame tot matig voedselrijke, neutrale, vrij kalkarme grond (zand en grind).

Groeiplaats - Rivierduinen, grasland (open plaatsen) en langs spoorwegen (spoorwegterreinen en tussen grind van ballastbedden).
Familie: Poaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: droge, neutrale graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website