Gekroesd greppelmos

Dicranella crispa


© Michael Lueth (www.milueth.de)

Ecologie & verspreiding
Dicranella crispa (synoniem Anisothecium vaginale) is slechts enkele malen gevonden, voor het laatst in 1874. Dit pioniermosje van vochtige, zandige tot lemige, zure open grond kwam in diverse Pleistocene districten voor (en bij Voorst aan de rand van het IJsseldal), wat impliceert dat het in een groot deel van het land teruggevonden zou kunnen worden. Gekroesd greppelmos maakt geen tubers, maar vormt wel vaak symmetrische, rechte kapsels, zodat verspreiding door middel van sporen geen probleem zou moeten zijn. De oorzaak van de zeldzaamheid in Nederland is mogelijk van klimatologische aard: het mos heeft een arctisch-boreaal-montane verspreiding en prefereert mogelijk langere en koudere winters dan we in Nederland kennen. Door de in vochtige toestand sparrig afstaande blaadjes met een aanliggend schedevormig basisdeel doet Dicranella crispa denken aan D. schreberiana en aan Ditrichum cylindricum. Plantjes met deze habitus dienen altijd goed onderzocht te worden, mede omdat de twee laatstgenoemde soorten ook nogal eens met elkaar verwisseld worden.
Familie: Dicranaceae
Groep: Bladmossen
Status: Al voor 1900 verdwenen uit Nederland
Zeldzaamheid: afwezig in Nederland
Substraatvoorkeur: klei en leem
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website