Kleigreppelmos

Dicranella varia


© Michael Lueth (www.milueth.de)

Ecologie & verspreiding
Dicranella varia groeit niet alleen op klei, maar kan ook gevonden worden op leem, löss, lichte zavel en vochtig lemig zand. Kleigreppelmos heeft een duidelijke voorkeur voor kalkhoudende bodems. Zo is het in het rivierengebied één van de algemeenste pioniers op de kalkrijke zavel van de uiterwaarden, maar komt weinig voor op de zware, kalkloze klei van de komgebieden. Kleigreppelmos staat op open plekjes in grasland, op allerlei soorten hellingen en hellinkjes en komt massaal tevoorschijn bij natuurontwikkelingsprojecten in de uiterwaarden. Van Dicranella varia is het aantal vondsten spectaculair gestegen, vermoedelijk door het beschikbaar komen van goede mosflora's en intensiever onderzoek. De combinatie van enigszins naar een kant gebogen smalle blaadjes met (deels) teruggebogen bladrand en een kalkhoudende standplaats leidt in het veld vaak al tot de juiste soortnaam, en anders geven celnet en tubers wel de doorslag. In de herfst en de winter zijn ook vaak de fraaie kapseltjes aanwezig. In zeekleigebieden en langs de rivieren kunnen de verspreidingsgegevens zeker nog aangevuld worden, maar ook in duinvalleien en op het Pleistoceen moet de soort meer te vinden zijn.
Familie: Dicranaceae
Groep: Bladmossen
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Biotoopvoorkeur: Kale cultuurgrond
Substraatvoorkeur: klei en leem
Controle: veldwaarneming
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website