Gewoon appelmos

Bartramia pomiformis


© Bart Horvers

Ecologie & verspreiding
Ecologie
Gewoon appelmos is evenals stijf appelmos een soort van open schaduw: op het noorden gelegen steilkanten, open, maar beschut tegen directe straling en zonder concurrentie van kruiden en grotere mossen. Hoewel beide soorten geregeld samen voorkwamen, is de standplaats van B. pomiformis droger en het areaal minder noordelijk. Dit verklaart de veel grotere historische verspreiding in Nederland inclusief het duingebied. De factoren verantwoordelijk voor de sterke achteruitgang zijn echter gelijk: erosie, overschaduwing en overgroeiing in combinatie met verzuring, in de tweede helft van de 20e eeuw versterkt door stikstofdepositie. Deze trend komt overeen met de sterke afname van veel heischrale vaatplanten. Het wallengebied van NO-Friesland (Oostermeer, Drogeham, Twijzel) is het laatste bolwerk van appelmos. Het gaat om de steile noordwest- of noordoostkanten van houtwallen die voor minder dan de helft begroeid zijn met schrale grassen (struisgras, schapengras) en verder met mossen. Gewone eikvaren en dicht havikskruid zijn karakteristiek op de noordzijde en heischrale soorten zoals muizenoor, mannetjesereprijs, kruipganzerik en struikhei op de zuidzijde.

Verspreiding

Van het omvangrijke areaal in Midden-Nederland, het Rijk van Nijmegen en het lössgebied van Zuid-Limburg was rond 1950 weinig meer over. In de Hollandse kustduinen, op het Drents Plateau en rond Steenwijk heeft appelmos het tot 1980 uitgehouden. Na 2000 is het buiten NO-Friesland in kleine hoeveelheden nog gevonden op Texel (Eijerland, De Muy), op de Veluwezoom (Rheden) en de Utrechtse heuvelrug (Amerongen) en in Brabant bij Best en Geldrop. Ook in het Britse en Duitse laagland is gewoon appelmos vrijwel verdwenen, maar in de middelgebergtes komt het nog volop voor. Gewoon appelmos heeft een boreaal-gematigd verspreidingsgebied in Europa

Summary

Bartramia pomiformis was once a rather common species in several parts of The Netherlands. Nowadays it is a very rare species. The main reason for the decrease are erosion and shadowing (by grasses) of the steep slowes where it was growing, in combination with acidification of the soil.

Familie: Bartramiaceae
Groep: Bladmossen
Status: Rode Lijst: Ernstig bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Arm bos
Substraatvoorkeur: humus
Controle: microscopische determinatie
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website