Glansmos

Hookeria lucens


© Hans Wondergem

Ecologie & verspreiding
Hookeria lucens is in de 19de eeuw diverse keren verzameld langs beekjes, met name bij de Plasmolen. Na 1900 is het hier niet meer gevonden maar wel werden nieuwe vindplaatsen ontdekt in Zuid-Limburg bij Gronsveld (1906) en Bunde (1951-1977). In 1975 volgde de verrassende ontdekking van Hookeria in een elzenbroekbos langs het Tienhovens kanaal bij Hollandse Rading en kort daarna begint de opmars in de IJsselmeerpolders: Urker- en Kuinderbos (1978), Abbertbos (1979), Bremerbergbos (1983) en Spijkbos (1984). Het gaat hierbij steeds om beschaduwde greppels, op kalkhoudend zand of (naalden)strooisel, zowel in loofhoutaanplanten als dichte sparren- en douglasbossen. Door kwel of hoge winterwaterstanden waren de vindplaatsen (tijdelijk) nat of stonden deze zelfs onder water. Het beschutte microklimaat van de greppels in de dichte opstanden bleek uiteindelijk doorslaggevend: na dunningen in het opgroeiende bos zijn de meest vindplaatsen sterk achteruitgegaan. De laatste opgave uit Oost-Flevoland is van 1989 en uit de Noordoostpolder van 1996. Waarschijnlijk resteren er momenteel in ons land geen vindplaatsen meer van dit onmiskenbare en opvallende mos. In de polders werden geregeld sporenkapsels gevonden; kennelijk zijn geschikte, duurzame standplaatscondities meer beperkend dan de beschikbaarheid van sporen.
Familie: Hookeriaceae
Groep: Bladmossen
Status: Rode Lijst: Ernstig bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Rijk bos
Substraatvoorkeur: op allerlei bodems
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website