Geelsteeltje

Orthodontium lineare


© Ron Poot

Ecologie & verspreiding
Ecologie

Orthodontium lineare groeit vooral in niet te donkere bossen op boomvoeten van soorten met een zure schors zoals Eik, Berk en Den, maar komt daarnaast ook wel op rottend hout e.d. voor. Soms is de soort ook te vinden op humeuze walletjes en greppelkanten, alsmede op noordhellingen van kalkarme duinen. Geelsteeltje is een voorbeeld van een exoot die weliswaar in enkele decennia algemeen is geworden maar geen andere soorten duidelijk heeft verdrongen. Begeleidende soorten zijn bijv. Dicranella heteromalla en Lepidozia reptans. De snelle uitbreiding van de soort is mogelijk doordat de soort vaak en veel sporenkapsels vormt.

Verspreiding

Orthodontium lineare is afkomstig van het zuidelijk halfrond en werd in Europa voor het eerst gevonden in 1920 in Engeland. De eerste vondst in Nederland werd gedaan in het Naardermeer en dateert van 1943. De uitbreiding van de soort is goed te zien op de door Touw & Rubers (1989) gepubliceerde verspreidingskaartjes. In het begin ging de uitbreiding slechts langzaam, later steeds sneller. Inmiddels is Orthodontium in de duinen en op het Pleistoceen een algemeen voorkomende soort. Daarbuiten komt de soort (nog) vrijwel niet voor.

Summary

The first recording of Orthodontium lineare in The Netherlands was in 1943. Nowadays it is a very common species, mainly on sandy soils.   

Groep: Bladmossen
Status: Geïntroduceerd vanuit andere continenten
Zeldzaamheid: algemene soort
Biotoopvoorkeur: Arm bos
Substraatvoorkeur: schors en hout
Controle: veldwaarneming
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website