Maashaarmuts

Orthotrichum sprucei


Ecologie & verspreiding
Orthotrichum sprucei groeit net als O. rivulare op bomen in het overstromingsbereik van beken en rivieren, en dan vooral op met een sliblaagje bedekte stammen. Tot enkele jaren geleden stond O. sprucei te boek als een endemische soort van West-Europa. Inmiddels zijn ook vondsten bekend uit Spanje, Turkije, Hongarije en zelfs Kazachstan. In Nederland was O. sprucei in 1878 door van der Sande Lacoste in grote hoeveelheden gevonden in de Maasuiterwaarden te St. Agatha bij Cuyk, maar sindsdien leek de soort uitgestorven. In 1993 is de Maashaarmuts herontdekt op één plaats in de Biesbosch, langs de Nieuwe Merwede. Enkele polletjes groeiden op een vliertak in een vlierstruweel in een verruigd rietgors, op een hoogte (1,4 m) die waarschijnlijk nooit door rivierwater wordt overspoeld. Het is onzeker of de soort er nog voorkomt. Hypnum cupressiforme domineert vaak zeer snel in de successie en de vlierstruwelen takelen snel af. Onlangs kon bij Cuyk een andere zeldzaamheid, Myrinia pulvinata, weer worden teruggevonden. Een poging om hier O. sprucei terug te vinden was vruchteloos. Wel is de soort recent aangetroffen in het Belgische deel van de Grensmaas. Wie probeert het nog eens in de uiterwaarden?
Groep: Bladmossen
Status: Onbestendig (slechts incidentele kortstondige vindplaatsen; geen aanwijzingen dat soort hier langer dan 10 jaar aaneengesloten in Nederland voorkwam)
Zeldzaamheid: afwezig in Nederland
Biotoopvoorkeur: Pioniers op bomen
Substraatvoorkeur: schors
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website