Kleine viltmuts

Pogonatum nanum


© Jan Kersten

Ecologie & verspreiding
Pogonatum nanum geeft net als P. aloides de voorkeur aan lemige standplaatsen. Ook P. nanum is een soort van het Pleistoceen. P. nanum groeit op kalkrijkere standplaatsen dan P. aloides en is de zeldzaamste van onze drie Viltmutsen. Er lijkt zelfs sprake te zijn van achteruitgang. Van veel plaatsen waar de soort gevonden is zijn na 1980 geen opgaven meer. Zo dateren de vindplaatsen in de duinen van Noord- en Zuid-Holland vrijwel alle van vóór 1950, een aantal zelfs uit het midden van de 19de eeuw. Enige uitzondering vormt een recente vondst (2006) in de Amsterdamse Waterleidingduinen. In recent beter onderzochte gebieden (Noord-Brabant, Gelderland en Friesland) wordt de soort vrij regelmatig gevonden. De enige melding van de Waddeneilanden dateert van 1973, toen de soort op Vlieland werd genoteerd tijdens de najaarsexcursie van de BLWG. Bewijsmateriaal ontbreekt helaas. Deze soort is het gemakkelijkst te onderscheiden van P. aloides aan de kortere en bolronde theca. Bij P. aloides is ze langwerpiger. Kapsels zijn bij beide soorten meestal wel aanwezig.
Groep: Bladmossen
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Heide en heidebebossing
Substraatvoorkeur: lemig of fijn zand
Controle: veldwaarneming
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website