Draadjespeermos

Pohlia flexuosa


© Norbert Stapper

Ecologie & verspreiding
Pohlia flexuosa was rond 1980 bekend van enkele beekdalen rond Eindhoven. Inmiddels is het rond Eindhoven niet zeldzaam, vooral in greppelkanten maar ook wel op ruderale terreintjes. Bij Budel komt het massaal voor op met zink verontreinigde grond. Sintels uit dit gebied zijn in de wijde omtrek gebruikt voor verharding van paden. Buiten Brabant is het in 2003 gevonden op het spoorwegemplacement Rotterdam-Noord op zand, bielzen en textiel, en in 2005 op ijzerdraad langs de Renkumse beek bij de spoorlijn Arnhem-Utrecht. Deze nieuwe vondsten zijn waarschijnlijk het gevolg van menselijke activiteiten. Draadjespeermos kan dus op meer plekken opduiken! De geschiedenis van deze soort is curieus: in 1970 is een broedpeermos voor de Vlaamse en Nederlandse Kempen beschreven als P. muyldermansii. In 1977 bleek het ook op de Britse eilanden voor te komen en later ook in Oostenrijk en Zwitserland, zij het in een afwijkende vorm. In 1995 bleek dat beide Europese variëteiten zich voordoen binnen sexuele populaties van de Aziatische Pohlia flexuosa. Europa lijkt een aantal keren vanuit Azië te zijn gekoloniseerd. Het areaal in de Kempen is waarschijnlijk één kloon: fertiele planten zijn hier nog niet gevonden.
Familie: Mniaceae
Groep: Bladmossen
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Geen
Substraatvoorkeur: lemig of fijn zand
Controle: microscopische determinatie
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website