Ecologie & verspreiding
Taphrina-soorten zijn parasitair op levende planten (biotrofe parasieten). Het grootste deel van het jaar leven ze als gisten ongezien op de waardplant waar ze geen mycelium van hyfen of draden en geen vruchtlichamen vormen; de asci zitten eenvoudigweg op de oppervlakte van de gal. De asci zijn er maar een korte periode van het jaar. In het voorjaar infecteert de schimmel de uitlopende knoppen en bloeiwijzen; de plant reageert daarop met de vorming van gallen, die bij T. caerulescens de vorm van bladblazen hebben. Massale infecties kunnen bijvoorbeeld komen in jonge opslag van de Amerikaanse eik na een koud en nat voorjaar. Taphrina-soorten zijn waardspecifiek. Een juiste determinatie van de waardplant is dan ook van belang. T. caerulescens is bekend van Amerikaanse eik. Het is oorspronkelijk een Amerikaanse soort, die met aanplant van de soort in Europa is meegekomen. Er zijn ook wel andere uit Amerika afkomstige eikensoorten hier aangeplant (die worden vaak niet goed van elkaar onderscheiden); het is goed mogelijk dat T. caerulescens ook daarop voorkomt. Wereldwijd komt T. caerulescens het meest voor in Noord-Amerika.
Taphrina-soorten zijn parasitair op levende planten (biotrofe parasieten). Het grootste deel van het jaar leven ze als gisten ongezien op de waardplant waar ze geen mycelium van hyfen of draden en geen vruchtlichamen vormen; de asci zitten eenvoudigweg op de oppervlakte van de gal. De asci zijn er maar een korte periode van het jaar. In het voorjaar infecteert de schimmel de uitlopende knoppen en bloeiwijzen; de plant reageert daarop met de vorming van gallen, die bij T. caerulescens de vorm van bladblazen hebben. Massale infecties kunnen bijvoorbeeld komen in jonge opslag van de Amerikaanse eik na een koud en nat voorjaar. Taphrina-soorten zijn waardspecifiek. Een juiste determinatie van de waardplant is dan ook van belang. T. caerulescens is bekend van Amerikaanse eik. Het is oorspronkelijk een Amerikaanse soort, die met aanplant van de soort in Europa is meegekomen. Er zijn ook wel andere uit Amerika afkomstige eikensoorten hier aangeplant (die worden vaak niet goed van elkaar onderscheiden); het is goed mogelijk dat T. caerulescens ook daarop voorkomt. Wereldwijd komt T. caerulescens het meest voor in Noord-Amerika.
Groep: Paddenstoelen
Substraatvoorkeur: bladeren, aan de plant (41)