Knikkersterretje

Syntrichia papillosa


© Jan Kersten

Ecologie & verspreiding
Syntrichia papillosa groeit vooral op vrijstaande bomen met een ruwe schors, en soms op oud beton. Evenals Syntrichia laevipila had S. papillosa in de tweede helft van de 20ste eeuw zwaar te duchten van zwaveldioxide-uitstoot maar herstelt de soort zich recent sterk. Het kaartje van Syntrichia papillosa geeft de indruk dat de soort in het kustgebied achteruit gaat en elders toeneemt. Vermoedelijk is dit beeld verre van volledig: vooral in het kustgebied en in de Randstad, maar ook elders in het land, moet de soort nog op talloze loofbomen, zoals Iep, Eik, Populier, Wilg en Vlier, zijn terug te vinden. De huidige concentratie van de soort in Groningen, Friesland, in Midden-Gelderland, rond Eindhoven en de Biesbosch lijkt vooral een waarnemerseffect. Syntrichia papillosa is één van de grappigste bladmossen: boven op de omgekeerd eironde bladschijf wemelt het van de bolronde broedkorrels. Vanwege de ingebogen bladranden, de droog meestal wit-papilleuze nerfrug en de broedkorrels op de bovenzijde van de nerf is Syntrichia papillosa met geen enkele andere mossoort te verwarren.
Familie: Pottiaceae
Groep: Bladmossen
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Biotoopvoorkeur: Pioniers op bomen
Substraatvoorkeur: steen en schors
Controle: veldwaarneming
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website