Groot staartjesmos

Philonotis calcarea


© Ron Poot

Ecologie & verspreiding
Ecologie
Groot staartjesmos is een concurrentiekrachtige soort van kalkhoudende kwelmoerassen (kalkmoeras). Het pH(water)-optimum van voorkomen ligt rond 7.6 en is daarmee hoger dan van onze andere staartjesmossen. De kalk wordt in het huidige kernareaal, het zuidelijke IJssel- en Oude IJsselgebied, geleverd door vergraven oude rivierkleigrond, beekeerdgrond met kleidek of ‘gebroken grond’ (jonge rivierklei met een zandondergrond). Typische begeleidende mossoorten zijn Bryum pseudotriquetrum, Calliergonella cuspidata, Didymodon tophaceus en Pohlia wahlenbergii. Bijzondere vaatplanten zijn hier bonte paardenstaart en teer guichelheil. Op de vindplaats in Zuid-Limburg is sprake van kalkrijke kwel in een vergraven kleiige beekdalbodem. Hier is schubzegge een bijzondere begeleider en Cratoneuron filicinum een opvallende mossoort. Al deze vindplaatsen zijn ontstaan door natuurontwikkeling na 1990. De verdwenen locatie in Midden-Limburg stond onder invloed van kanaalkwel met kalkhoudend Maaswater. Vergelijkbare standplaatsen zijn nog bekend langs het kanaal Antwerpen-Turnhout-Hasselt. Nieuwe vestigingen blijken al ca. 5 jaar na ontgronding op te treden, waarschijnlijk via sporen. In het buitenland is kapselvorming niet zeldzaam. In het Oude IJsselgebied zijn vanaf 2011 sporenkapsels bekend, wat wijst op vestiging van zowel mannelijke als vrouwelijke planten in de 20-jarige periode sinds natuurontwikkeling. Eenmaal gevestigd kan het zich onder invloed van maaibeheer zodevormend uitbreiden en via stengelfragmenten door een perceel verspreiden waarbij het zich, samen met de eveneens zodevormende Bryum pseudotriquetrum, goed kan handhaven temidden van Calliergonella-dominantie. Aldus kan een nieuwe vestiging in 5-10 jaar tijd uitgroeien over 10-tallen meters en ook aangrenzende percelen koloniseren. Extensieve begrazing met runderen blijkt geen probleem: trapgaten vormen nieuw vestigingsmilieu.

Verspreiding

De grote zeldzaamheid in het laagland en de afwezigheid van deze opvallende soort in Nederland voor 1900 zijn alleen te verklaren door de schaarste aan kalkmoeras van voldoende omvang, ook in Zuid-Limburg. De enige historisch vondst bij Meijel (Midden-Limburg) uit 1923 betreft mogelijk de Grote Moost met kalkrijke kanaalkwel vanuit de Noordervaart. Vanaf eind jaren 1990 worden in korte tijd diverse locaties ontdekt: langs de Grote Beek tussen Hummelo en Doetinchem (1997), na ontgronding in het IJsselgebied bij Zutphen-Warnsveld (1998) en in 2008 bij Brummen (Soerense broek). In 2007 ook bij het Mokkelengoor (natuurontwikkeling De Doorbraak) tussen Almelo en Enter en in 2008 in natuurontwikkeling bij Weustenrade in het Geleenbeekdal. Nadien zijn geen nieuwe vindplaatsen meer ontdekt. Wel zijn enkele plekken weer verdwenen door verbossing en stadsontwikkeling maar het recent ontstane areaal in natuurgebieden lijkt duurzaam. Groot staartjesmos heeft in Europa een boreaal-gematigde verspreiding.

Summary

Before 1997 Philonotis calcarea was recorded only a few times in The Netherlands, probably due to lack of habitats with calcareous seepage water. Since 1997 the species has found several times in the surroundings of the river IJssel, always on calcareous spots where the top soil has removed.

Familie: Bartramiaceae
Groep: Bladmossen
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Moeras en nat schraalland
Substraatvoorkeur: veen
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website