Racomitrium heterostichum var. alopecurum


© Michael Lueth (www.milueth.de)

Ecologie & verspreiding
Masselink & Van Zanten (1977) vermeldden een ruim aantal vindplaatsen van Racomitrium heterostichum var. alopecurum op zwerfkeien in Drentse bosranden. Zij vonden var. alopecurum onder meer in Papenvoort bij Borger. In 1993 was de soort daar nog aanwezig. De indruk bestaat dat var. alopecurum in de afgelopen decennia sterk is achteruitgegaan. In Touw & Rubers werd het Drentse materiaal slechts als een vorm van R. heterostichum beschouwd. In de ons omringende landen wordt het mos echter als een goede soort beschouwd. Een grondige revisie is gewenst om te bezien of het Nederlandse materiaal als variëteit bezien dient te worden of, zoals in het buitenland veelal gebeurt, een indeling op soortniveau is gerechtvaardigd: Racomitrium affine (F. Weber & D. Mohr) Lindb., met als Nederlandse naam Smalnervige bisschopsmuts. Deze revisie is tevens nodig om te bezien welk ouder materiaal tot dit taxon gerekend kan worden. Zeker is dat de bovengenoemde planten bij Borger tot var. alopecurum behoren. De planten van var. alopeurum zijn veel tengerder dan die van var. heterostichum; de onderscheidende kenmerken zijn te vinden in Siebel & During (2006).
Familie: Grimmiaceae
Groep: Bladmossen
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Pioniers op zure steen
Substraatvoorkeur: steen
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website