Gekromd muisjesmos

Grimmia arenaria


© Henk Greven

Ecologie & verspreiding
Ecologie
Grimmia arenaria groeit bij voorkeur op beschaduwde rotsblokken. Het gesteente, waarop de soort kan worden aangetroffen is divers maar niet basisch, dus kalksteen en basisch basalt zijn uitgesloten.

Verspreiding

In 1859 werd G. arenaria door Suringar en Van der Sande Lacoste aangetroffen op een zwerfkei in een heideveld bij Emmen. In Abeleven (1893) wordt vermeld: “G. orbicularis. Op steenen in de heide. Jul. In Herb.: Emmen, m.vr. Lac. en Sur. 1859”. Het materiaal werd verzameld, waarna de soort in Nederland niet meer opnieuw is gevonden. De Europese endeem Grimmia arenaria werd beschreven uit Duitsland, maar de hoofdverspreiding ligt in Engeland, Noord-Wales, waar hij vrij algemeen voorkomt op stapelmuurtjes rond weilanden, in de omgeving van Dolgellau (Greven, 1994). Ook uit de Pyreneeën en Madeira zijn vondsten vermeld

Summary

Grimmia arenaria is only found once in The Netherlands, in 1859 on a boulder in heathland. Grimmia arenaria is a European endemic species, described from Germany, but also occurring in, e.g., the Pyrenees. Its main distribution, however, is in the U.K., North Wales, where the species is not rare on staple walls in the vicinity of Dolgellau.


Familie: Grimmiaceae
Groep: Bladmossen
Status: Onbestendig (slechts incidentele kortstondige vindplaatsen; geen aanwijzingen dat soort hier langer dan 10 jaar aaneengesloten in Nederland voorkwam)
Zeldzaamheid: afwezig in Nederland
Substraatvoorkeur: steen
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website