Getande haarmuts

Orthotrichum scanicum


© Jan Kersten

Ecologie & verspreiding
Orthotrichum scanicum is voor het eerst in 1987 verzameld in de Biesbosch. De laatste jaren wordt de soort af en toe gevonden, vooral in het zuiden van het land. Vrijwel steeds gaat het om vondsten in aanplanten van Wilg of Populier, soms van Eik. Orthotrichum scanicum is (in weerwil van de naam, die verwijst naar een streek in Zuid-Zweden) Europees bezien een zuidelijke, warmteminnende soort. De toename van O. scanicum hangt dus wellicht samen met het warmer worden van Nederland. Orthotrichum scanicum staat als endangered op de Europese Rode Lijst. De soort lijkt echter redelijk algemeen voor te komen in Zuid-Europa. De kleine planten hebben opvallend grote, weinig-behaarde huikjes. De bladen zijn droog zwak gebogen of gedraaid (net als O. rogeri) en het kapsel heeft smalle ribben (net als O. patens) en 16 endostoomsegmenten. De tandjes aan de bladtop zie je alleen onder de microscoop. Orthotrichum tenellum heeft ook wel eens tanden aan het bladtuitje, maar verschilt o.a. door de vele broedkorrels op de bladeren, de brede kapselribben en de talrijke huidmondjes op de basis van het kapsel. De soort wordt mogelijk nog wel eens over het hoofd gezien.
Groep: Bladmossen
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Pioniers op bomen
Substraatvoorkeur: schors
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website