Spoorbloem

Centranthus ruber


© Willem Braam

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - september

Hoogte - 0,30-0,80 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn vertakt, blauwgroen en kaal. De plant groeit in pollen.

Bladeren - De tegenoverstaande, blauwgroene bladeren zijn kaal, vaak met een waslaagje, soms iets vlezig, lancetvormig tot eirond en 3 tot 8 cm lang. Ze hebben een gave rand of soms met enkele stompe tanden. De bovenste, zittende bladeren zijn aan de voet zwak getand en stengelomvattend met een hartvormige voet.

Bloemen - De geurende bloemen vormen samen een schermvormige pluimen. Ze zijn rozerood of zelden wit, buisvormig, 2-lippig, 0,8 tot 1,2 cm lang en met een dunne spoor van 0,4 tot 0,75 cm. Elke bloem bevat 1 meeldraad.

Vruchten - Een nootje met 1 zaadje en een blijvende veervormige kelk.

Bodem - Zonnige plaatsen op steenachtige grond.

Groeiplaats - Rotsspleten, rotswanden, oude muren, waterkanten (kademuren) en andere steenachtige plaatsen.
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: algemene soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website