Bloedooievaarsbek

Geranium sanguineum


© Marian Baars

Ecologie & verspreiding
Bloedooievaarsbek staat op zonnige tot licht beschaduwde, basenrijke, warme en droge, matig voedselrijke en stikstofarme, kalkarme tot kalkrijke, goed doorlatende zand-, leem- en lössbodems, verder ook op grindige of rotsachtige plaatsen. Ze heeft een voorkeur voor zonnige en droge plekken. Ze groeit in lichte loof- en naaldbossen, in bosranden en in lage struwelen, op kapvlakten en in steppeheide, op kalksteen- en granietrotsen, in hooi- en weilanden, zelden in de zeeduinen en wordt ook als tuinplant gebruikt. De overblijvende plant met een korte, stevige wortelstok is in vrijwel heel Europa inheems maar Nederland ligt net buiten het gesloten Europese verspreidingsgebied. Bloedooievaarsbek is in Nederland vaak verwilderd maar nog nergens ingeburgerd. Het taxon is goed te onderscheiden door het feit dat de plant geen gesteelde klierharen bezit (ze is wel afstaan behaard met daartussen slechts zelden een enkele klierhaar) en het feit dat de bloeistengel meestal één enkele bloem draagt (sporadisch twee bloemen).
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - augustus

Hoogte - 0,10-0,45 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een stevige horizontale wortelstok.

Stengels/takken - De sterk vertakte stengels kunnen liggen, opstijgen of soms rechtop staan. Ze zijn afstaand behaard, met twee kleine steelblaadjes in het midden. Liggende stengels kunnen gaan wortelen.

Bladeren - De in omtrek ronde bladeren zijn 2-6 cm breed. Ze zijn bijna tot aan de voet handvormig ingesneden met vijf tot zeven smalle, lijnvormige slippen.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De meestal alleenstaande, 2,5-3 cm grote bloemen zijn helder purperrood of zelden donkerroze of wit. De kroonbladen zijn hartvormig ingesneden. Aan de top zijn ze afgerond of onregelmatig uitgerand.

Vruchten - Een kluisvrucht. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, warme plaatsen op droge, matig voedselrijke, kalkrijke, goed doorlatende grond (o.a. kalksteen).

Groeiplaats - Bosranden, lage struwelen, bossen (lichte loofbossen), grasland (hooiland en weiland), zelden in de zeeduinen.
Familie: Geraniaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website