Langbladige druifhyacint

Muscari armeniacum


© Peter Meininger

Ecologie & verspreiding
Langbladige druifhyacint staat in het gebied van herkomst op zonnige tot half beschaduwde, ± voedselrijke, kalkhoudende en doorlatende leisteen- en serpentijnbodems. Ze groeit binnen dat heuvel- en bergachtig gebied in rotsachtige bossen en bosranden, in idem grasvlakten en Jeneverbesstruwelen. De plant stamt uit de zuidoost Europa en aangrenzend Azië, is al sinds 1870 als sierplant in gebruik in Europa en Noord-Amerika en is ingeburgerd in Midden-Europa. In Nederland wordt de plant her en der aangetroffen, met een dichtere concentratie van vindplaatsen in het oosten en westen van Noord-Brabant en in het duingebied. Die concentraties zijn het resultaat van de inspanningen van enkele lokale floristen. De 3 tot 6 liggende bladeren zijn langer dan de bloeistengels die dichtbloemige trossen van steriele (de bovenste) en fertiele bloemen dragen. De bloemen zijn urnvormig met witte slippen, zwak geurend, niet berijpt en hemelsblauw. Bestuiving geschiedt door bijen en hommels en de eivormige tot ronde zaden zijn zwart.
Familie: Asparagaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: stinseplant
© 2024  FLORON
Ga naar de volledige website