Apothekersroos

Rosa gallica


Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juli

Hoogte - 0,30-1,20 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Uitlopers. Groeiend in groepen.

Stengels/takken - Jonge takken  met veel grote, gekromde en kleinere, naaldvormige rechte stekels en meestal ook klierharen.

Bladeren - Bladeren met vijf  tot zeven  deelblaadjes, aan de bloeitakken vaak vijf. De deelblaadjes zijn rondachtig, 2-6 cm lang, leerachtig, van boven blauwgroen tot donkergroen en van onderen grijsgroen. Ze zijn aangedrukt behaard.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De donkerroze, prettig geurende bloemen zijn 5-10 cm.

Vruchten - Een vlezige schijnvrucht. De bottel is bolvormig- tot peervormig, felrood, oranje of bruinachtig en bedekt met klierharen. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige tot half beschaduwde, open plaatsen op droge grond.

Groeiplaats - Struwelen, bosranden, bossen (open plaatsen in loofbossen) en grasland (weiden).
Familie: Rosaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website