Veelbloemige roos

Rosa multiflora


© Jan Klinckenberg

Ecologie & verspreiding
Veelbloemige roos laat zich gemakkelijk van de andere rozen onderscheiden door de aanwezigheid van meestal 7 of 9 deelblaadjes tegenover slechts 5 of 7 bij de meeste andere rozen. Ook de karakteristieke franjes op de steunblaadjes, een bloeiwijze met talrijke kleine witte bloemen die wat aan een braam doen denken en de talrijke kleine oranjerode botteltjes zijn kenmerkend voor Veelbloemige roos. Net als Veelbloemige roos heeft Bosroos (Rosa arvensis) tot een zuil vergroeide stijlen, maar Bosroos heeft grotere bloemen, die niet in trossen zijn geplaatst en niet franjeachtig ingesneden steunbladen. 

Veelbloemige roos is afkomstig uit Oost-Azië. In onder andere West-Europa en dus ook Nederland en België is Veelbloemige roos een uit cultuur verwilderde struik die veel is aangeplant in bosschages langs wegen en in parken. Eenmaal aangeplant kan Veelbloemige roos zich gemakkelijk uitbreiden middels ombuigende en aan de top wortelende stengels. Ook uit tuinafval, snoeiafval of worteldelen kan Veelbloemige roos zich vrij gemakkelijk ergens vestigen. In hoeverre Veelbloemige roos zich door middel van de vruchten en dus het zaad verspreidt is minder goed bekend. Veelbloemige roos doet het in het wild goed op vrij vochtige, voedselrijke plaatsen. In Nederland en België is Veelbloemige roos hard op weg als invasief te worden bestempeld.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - tot 2,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Veelbloemige roos is een op zichzelf staande of klimmende struik, die tot zo’n 5 meter hoog kan worden met ombuigende en aan de top wortelende stengels. De groene, vaak rood aangelopen takken zijn gelijksoortig bestekeld, met een gering aantal of soms zelfs helemaal geen stekels. De stekels zijn licht gebogen tot haakvormig.

Bladeren - De bladeren zijn 7–9-tallig. De bladsteel en de bladspil zijn behaard en beklierd. De blaadjes zijn 20–30 mm lang en 12–18 mm breed, stomp of iets uitgerand. De bovenzijde is matgroen en kaal, maar de onderzijde is lichtgroen en spaarzaam tot dicht behaard. De bladrand is enkelvoudig gezaagd en de steunblaadjes zijn beklierd en karakteristiek franjeachtig ingesneden.

Bloemen - De bloemen staan met 10–20 in een kegelvormige of schermvormige tros en meten 20–30 mm in doorsnede. De bloemstelen zijn 10–15 mm lang en beklierd. De kelkbladen zijn gaafrandig of met enkele bladachtige aanhangsels, driehoekig en korter dan de kroonbladen. Ze zijn behaard en aan de randen beklierd en vallen of vóór de bottelrijping. De kroonbladen zijn meestal wit en enkelvoudig, maar er bestaan ook gevulde en/of roze kweekvariaties van Veelbloemige roos. De stijlen zijn vergroeid tot een zuiltje, onbehaard en vroeg afvallend. 

Vruchten - De bottelsteel is 10–20 mm lang en beklierd. De bottels zijn klein, tot 7 mm lang en 5 mm in dwarsdoorsnede. In zijaanzicht zijn ze eirond. Bovendien zijn ze onbeklierd, bij rijpheid oranjerood en hebben een zuiltje van vergroeide stijlen. Het stijlkanaal is zeer smal, kleiner dan 0,5 mm in doorsnede.

Bodem -

Groeiplaats -
Familie: Rosaceae
Groep: Vaatplanten
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: struwelen
© 2026  FLORON
Ga naar de volledige website