Druifkruid

Chenopodium botrys


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Druifkruid behoort samen met Liggende ganzenvoet en Welriekende ganzenvoet tot het (sub)genus Dysphania, de Beklierde ganzenvoeten, gekenmerkt door hun sterke geur. De kleine, gelobde 'eikenblaadjes' doen denken aan die van Liggende ganzenvoet, maar de lobben zijn wat dieper en minder regelmatig en verder is ze daarvan te onderscheiden door de uit de bladoksels ontspringende, trosjesvormige deelbloeiwijzen die langer dan breed zijn en samen een tamelijk dichte aar vormen. Overigens lijkt ze ook sterk op Gekield druifkruid, een zeer zeldzame en onbestendige exoot die vermoedelijk (vaak) over het hoofd wordt gezien. Druifkruid komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en Azië en is in Nederland een ingeburgerde neofiet. Het is een uitgesproken warmteminnende pionier van stikstofrijke bodem in verstoorde milieus. Ze komt voor in het stroomgebied van de grote rivieren, waar ze groeit op zomers droogvallende zandstrandjes. Tevens is de soort bekend van ruderale stenige plaatsen zoals parkeerplaatsen, spoorwegemplacementen en braakliggende terreintjes. Ook is waargenomen op mijnafvalbergen in Zuid-Limburg en aangrenzend buitenland.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - oktober

Hoogte - 0,15-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stengels staan rechtop. Een plant met een sterke geur.

Bladeren - Bladeren met  brede, stompe slippen (als eikenbladeren). Ze zijn onregelmatig bochtig gelobd. Aan de onderkant zitten klierharen.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemkluwens zijn duidelijk meer lang dan breed. De bloemdekbladen zijn groen in de vruchttijd.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De toppen van de bloemdekbladen zijn niet over de vrucht heen gebogen. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, warme, open plaatsen op droge, matig voedselrijke, maar wel stikstofrijke, verstoorde grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Waterkanten (rivierstrandjes), ruigten (voedselrijke ruigten), ruderale, stenige plaatsen, braakliggende grond en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).
Familie: Amaranthaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke ruigten
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website