Franse amarant

Amaranthus hybridus subsp. bouchonii


© Rutger Barendse

Ecologie & verspreiding
Franse amarant groeit vooral op zonnige, open plekken op zeer stikstofrijke en enigszins vochtige grond in ruigten en bermen, op straat, in geveltuinen en akkers, op rivierstranden en in havengebieden, in industriegebieden, op braakliggende terreinen en langs spoorwegen. Franse amarant is zeldzaam in Nederland. Zij komt vooral in het zuidoosten van Nederland voor en kan gevonden worden langs de grote rivieren en in het stedelijk gebied. Deze ondersoort van Amaranthus hybridus is in de vorige eeuw ingeburgerd in Nederland. Zij komt oorspronkelijk uit tropisch Amerika. Franse amarant kan verward worden met Basterdamarant, de andere ondersoort van Amaranthus hybridus, waarvan de vruchten openspringen (niet bij Franse amarant). Beide ondersoorten komen op vergelijkbare plaatsen voor, en ook wel eens naast elkaar. Soms vindt men planten die niet met zekerheid tot één van beide ondersoorten op naam te brengen is. Beide ondersoorten profiteren van het warmer worden van het klimaat in Nederland.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - oktober

Hoogte - 0,20-1,00 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, éénhuizig

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande, grasgroene stengels is  gewoonlijk fors en sterk vertakt. De stengel is veel minder behaard dan die van Papegaaienkruid en onderaan meestal kaal.

Bladeren - De gesteelde bladen zijn elliptisch-eirond tot ongeveer ruitvormig. Steelblaadjes 2,5-4, soms tot 6 mm lang.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant). De zeer kleine bloemen zijn groen- of roodachtig. Aan de top van de stengel staan de bloemkluwens in een onbebladerde pluim (een dichte, vaak vertakte aar), die vaak wat minder compact is dan die van Papegaaienkruid. Het schutblad is langer dan de bloemdekbladen en loopt in een punt uit. Het bloemdek bestaat uit vier  of vijf  bladen. De lancetvormige bloemdekbladen van de vrouwelijke bloemen zijn gewoonlijk iets korter dan de vrucht. Soms lopen zij uit in een lange punt die juist voorbij de vrucht reikt.

Vruchten - Eenzadig, openspringend. De afgeplatte vruchten zijn min of meer eivormig en gaan recht overdwars open. Vrucht niet openspringend en zonder de stijlen 1,3-1,8 mm lang. Het bovenste deel dun en glad. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op matig vochtige, zeer voedselrijke grond.

Groeiplaats - Akkers (mais- en hakvruchtakkers), ruigten, haventerreinen en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).
Familie: Amaranthaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke ruigten
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website