Grote maagdenpalm

Vinca major


© John Breugelmans

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - maart - juni

Hoogte - 0,30-0,50(-0,70) m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Kruipende stengels met boogvormige takken, die vaak wortelen aan de top.

Bladeren - De gesteelde (1-2 cm), eironde bladeren zijn glanzend heldergroen of soms donkergroen tot geelachtig en worden 2-9 cm lang en 2-6 cm breed. De bladranden zijn gewimperd.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De alleenstaande, 3-6 cm grote bloemen zijn paarsblauw. De klekslippen zijn gewimperd en langer en spitser dan die van de Kleine maagdenpalm.

Vruchten - Een doosvrucht. Een 3-5 cm grote, gevorkte, dubbele kokervrucht. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes). De plant vormt hier echter zelden zaden.

Bodem - Half beschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselrijke, kalkhoudende gron (liefst op klei en leem).

Groeiplaats - Bossen (loofbossen en oude parkbossen), zeeduinen (duinbossen), bosranden, struwelen en heggen (vaak in de nabijheid van woningen).
Familie: Apocynaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: stinseplant
© 2024  FLORON
Ga naar de volledige website