Kraagroos

Rosa agrestis


© Stef van Walsum

Ecologie & verspreiding
Kraagroos (Rosa agrestis) behoort tot de groep van de Egelantierrozen. Deze groep laat zich herkennen aan een zeer sterk beklierd blad, dat bij wrijven naar appeltjes ruikt en dat kaal of licht behaard kan zijn.

Kraagroos heeft met de Schijnkraagroos (Rosa x inodora) (R. agrestis x elliptica) en Wigbladige roos (Rosa elliptica) gemeen dat deelblaadjes maximaal 1 cm breed zijn, een wigvormige bladvoet hebben en elkaar niet overlappen. De andere rozen uit de Egelantierrozengroep hebben een brede, min of meer afgeronde bladvoet.

Schijnkraagroos en Wigbladige roos onderscheiden zich door de na de bloei opgerichte kelkbladen. Het stijlkanaal is breder (0,8-2 mm), de stijlen zijn wollig behaard en de bottelsteel is relatief kort (tot even lang als de bottel).
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 1,00-3,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Bij deze heester zijn de loten met sikkelvormige, uitstaande stekels van verschillende grootte bezet.

Bladeren - De bladen bestaan uit 5-7 blaadjes, deze zijn elliptisch, aan de voet versmald, vaak met spitse top, zij zijn klierachtig dubbel gezaagd. De bladspil is wollig behaard en beklierd. De bekliering is bij Kraagroos altijd opvallender dan de beharing. De kliertjes op de onderzijde van de blaadjes zijn kort gesteeld. De beharing is meestal duidelijker op de middennerf en spaarzamer op de rest van het blaadje. De maximaal 1 cm brede deelblaadjes hebben een wigvormige bladvoet en overlappen elkaar niet.

Bloemen - Bloemkroon is wit, soms lichtroze, vrij groot. 

Vruchten - De doorsnede van het stijlkanaal bedraagt 0,5 tot 0,8 mm. De kale stijlen hebben de boeketvorm. De bottelsteel is kaal of zwak beklierd en even lang tot dubbel zo lang als de bottel. De bottels zijn vrij groot, scharlakenrood, bolrond, zij zijn even groot als haar steel of tot twee keer zo lang , meestal kaal en zij blijven lang hard. Kelkbladen zijn na de bloei teruggeslagen en vallen af vóór de bottelrijping.

Bodem - Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, zwak zure tot meestal kalkrijke grond (leem en kalkgrond).

Groeiplaats - Bosranden, heggen, struwelen en langs holle wegen.
Familie: Rosaceae
Groep: Vaatplanten
Status: Rode Lijst: Ernstig bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: struwelen
© 2026  FLORON
Ga naar de volledige website