Kleinbloemige roos

Rosa micrantha


© Jan Klinckenberg

Ecologie & verspreiding
Kleinbloemige roos (Rosa micrantha) lijkt in veel aspecten op Egelantier (Rosa rubiginosa). Egelantier blijft meestal kleiner (1-2,5m), heeft een relatief korte bloemsteel en donkerder roze bloemen die meestal groter zijn. Kleinbloemige roos is vaak een hoge struik (tot 3,5m), de bottelsteel is even lang tot vaak tot 2 (á 3) maal zo lang als de bottels. De bottels zijn klein en vaak flesvormig ofwel elliptisch in zijaanzicht. Kleinbloemige roos wordt ook wel eens verwisseld met een Schijnegelantier (Rosa x gremlii). Schijnegelantier heeft onder andere een smaller stijlkanaal, maar een combinatie van kenmerken maakt het verschil.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - augustus

Hoogte - 0,50-2,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stekels zijn gelijksoortig, krachtig haakvormig met een brede basis. Ze kunnen wel variëren van klein tot zeer groot. 

Bladeren - Ook de blaadjes kunnen erg variabel zijn qua grootte, variërend van 10 tot 60 mm lengte en 8 tot 35 mm breedte. Het aantal deelblaadjes bedraagt 5 tot 7. De bladrand is meervoudig gezaagd en beklierd. De onderzijde van het blaadje is sterk beklierd met kortgesteelde rode of roodbruine klieren; naar appels ruikend. Ze zijn kaal of meestal licht behaard, vooral op de middennerf. De bekliering is altijd opvallender dan de beharing. De bovenzijde van de blaadjes is kaal of verspreid behaard. De bladspil is kaal of licht behaard en beklierd met kortgesteelde klieren. De steunblaadjes zijn beklierd. De deelblaadjes zijn elliptisch, met een afgeronde voet en een toegespitste top.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Quasi kale stijlen van het boekettype, roze bloemen, soms ook wit, met een diameter van 2 tot 3,5 cm. 

Vruchten - De botteltjes zijn klein (10 tot 17 mm lang, 6 tot 10 mm breed) en vaak flesvormig ofwel elliptisch in zijaanzicht. Ze zijn onderaan spaarzaam beklierd met gesteelde klieren. Het stijlkanaal is 0,5 topt 0,8 mm in doorsnede. De kelk is teruggeslagen op de bottel en vroeg afvallend (nog vóór de bottelrijping). De beklierde bottelsteel is even lang tot vaak tot 2 (á 3) maal zo lang als de bottels.

Bodem - Kleinbloemige roos heeft in haar natuurlijk verspreidingsgebied een voorkeur voor warme, droge kalkhoudende bodems.

Groeiplaats - Bosranden, hagen, struwelen, heide en grasland (verruigd grasland).
Familie: Rosaceae
Groep: Vaatplanten
Status: Rode Lijst: Kwetsbaar
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: struwelen
© 2026  FLORON
Ga naar de volledige website