Veenorchis

Dactylorhiza majalis subsp. sphagnicola


© Jan Hein van Steenis

Ecologie & verspreiding
Veenorchis is aan te treffen op vaak open, zonnige, vochtige tot natte, matig voedselrijke en uitgesproken stikstofarme, zwak zure tot zure bodems. Ze groeit in moerassen en hoogveenvegetaties, in zure veenmoerassen, trilvenen en langs heidevennen en heeft haar optimum tussen veenmossen. Het tot Europa beperkte areaal reikt van Noord-Frankrijk (Franse en Belgische Ardennen), Noord-Duitsland tot in Zuid-Scandinavië en omvat nog net het oostelijke deel van ons land. Deze ondersoort is in Nederland uiterst zeldzaam geworden in hoogveenrestanten en is tegenwoordig beperkt tot de Brunssumerheide/Schinveldse Bossen, De Groote Peel en in de Meinweg, maar is mogelijk ook nog te vinden op enkele plaatsen in Drenthe. Het taxon is sterk achteruitgegaan door het verdwijnen van haar voorkeurshabitat ten gevolge van drooglegging, ingebruikneming voor land- of bosbouw en vooral door de sterk toegenomen vermesting. Ze onderscheidt zich van de andere ongevlekte Dactylorhiza’s o.a. ddoor het verdwijnen van haar voorkeurshabitat ten gevlgeoordat de bovenste bladeren in het onderste deel schedevormig verbreed zijn.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juli

Hoogte - 0,20-0,50 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Een stijve, holle bloemstengel.

Bladeren - De 4 verspreid staande, lijn- tot lancetvormige bladen zijn niet gevlekt. De onderste twee bladen worden tot 24 cm lang en zijn maar 2 cm breed, het tweede is meestal langer dan het eerste, met een spitse top en iets kapvormend. Het derde blad is tot drie cm breed en schedevormend en het vierdeblad is tot 1,5 cm breed en aangehecht. Vaak komen hogerop nog enkele kleinere schutbladachtige bladen voor. Van de echte schutbladeren zijn de onderste veel langer dan de vruchtbeginsels en dikwijls roze gerand.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Een tot 9 cm lange, dicht- en rijkbebloemde bloeiaar met lichtroze bloemen, die boven de bladeren uitsteekt. De zijdelingse kelkbladen zijn afstaand of naar achter geslagen en vertonen soms een donkerder tekening. De lip is meer breed dan lang, weinig gedeeld, met een gave of soms iets gekartelde rand en in het midden bijna wit. Het honingmerk (de tekening op de lip) bestaat uit iets donkerder stipjes en streepjes. Het spoor is korter dan het vruchtbeginsel.

Vruchten - Een doosvrucht met stoffijne zaden. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige, vaak iets open plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselarme, zwak zure tot zure grond.

Groeiplaats - Moerassen, hoogveenvegetaties en waterkanten (zure veenmoerassen, hoogvenen en trilvenen) en heide (langs heidevennen).
Familie: Orchidaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Ernstig bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: natte heiden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website