Trosganzenvoet

Chenopodium urbicum


Ecologie & verspreiding
Trosganzenvoet staat op open, zonnige en warme, vochtige en zwak basische, stikstof- en voedselrijke, omgewerkte en verstoorde grond. De eenjarige plant groeit in bermen en akkers, aan de voet van muren, in stedelijk gebied en op spoorwegterreinen, in ruigten, op stortterreinen en andere ruderale plaatsen. Ze stamt oorspronkelijk uit Azië en Midden- en Zuid-Europa en heeft zich vervolgend als cultuurvolger verspreid. Nederland en België liggen aan de westrand van het Europese deel van het verspreidingsgebied, de soort wordt soms ingevoerd met graan. In Nederland is ze momenteel van slechts één vindplaats bekend, maar mogelijk wordt de soort over het hoofd gezien. Het taxon heeft lange, dichte, smalle en bijna bladloze eind- en okselstandige bloempluimen. Ze kan sterk op Rode ganzenvoet lijken maar is binnen de groep van éénjarige Ganzenvoeten, waartoe o.a. ook deze ganzenvoet behoort, te onderscheiden aan onder andere het vruchtdragende bloemdek, de 5-tallige bloemen en de horizontaal geplaatste, zwarte zaden (zie ook Rode ganzenvoet).
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - oktober

Hoogte - 0,30-0,90 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stengels staan rechtop.

Bladeren - De driehoekige bladeren zijn bochtig getand en soms iets melig.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Een lange smalle bloempluim met alleen onderaan bladeren. De groene bloemen zijn 5-tallig.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn zwart. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op voedselrijke grond.

Groeiplaats - Stortterreinen, wegkanten, akkers en aan de voet van muren.
Familie: Amaranthaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website