Klapmuts

Cystophora cristata


© Mario Acquarone

Ecologie & verspreiding
De klapmuts is een typisch arctische, solitair levende soort. De dieren hebben een grijze vacht met onregelmatige zwarte plekken. Jongen hebben een langharige blauwe vacht. De soort dankt zijn naam aan het feit dat de mannetjes over hun voorhoofd en neus een huidzak hebben die ze op kunnen blazen. Mannetjes kunnen tot 285 cm lang en 435 kg zwaar worden, vrouwtjes tot respectievelijk 230 cm en 350 kg. De klapmuts is de kampioen onder de zoogdieren wat betreft de kortste zoogtijd: in gemiddeld slechts vier dagen verdubbelt de pup zijn geboortegewicht van 20 kg en wordt dan gespeend. Klapmutsen leven tussen dik pakijs in diep water. De jongen worden op dikke ijsschotsen geboren. Vrouwtjes met jongen vormen losse kolonies. Volwassen klapmutsen eten vooral inktvis, heilbot, poolkabeljauw en roodbaars, en in mindere mate lodde en haring. Ze foerageren wel tot 500 m diepte.
Familie: Phocidae
Groep: Roofdieren
Status: Rode lijst (2009): Niet beschouwd
© 2019  NDFF
Ga naar de volledige website