Bosmuis

Apodemus sylvaticus


© Baudewijn Odé

Ecologie & verspreiding
De bosmuis is binnen de familie van de ware muizen een middelgrote muis. De vacht is aan de rugzijde lichtbruin tot soms bijna zwart en aan de onderkant wit tot vuilwit; de overgang ertussen is iets minder scherp dan bij de grote bosmuis. Op de hals zit vaak een langgerekte gele keelvlek. De staart is lang, de ogen en oren vrij groot. De bosmuis neemt in Europa in grootte toe van het noordoosten naar het zuidwesten. Dieren uit het Rijnland hebben een kop-romplengte tot 9,5 cm, de staartlengte is nagenoeg gelijk of iets korter, het gewicht is maximaal 30 g.
Bosmuizen zijn voornamelijk nachtactief, maar vallen toch geregeld ten prooi aan buizerds, notoire dagjagers. De actieradius van bosmuizen kan wel tot 500 m van het hol reiken. Ze graven een eigen gangenstelsel met diverse kamers. Een hol is vaak te herkennen aan de zandkegel die voor de ingang ligt. De aantallen fluctueren sterk, afhankelijk van het seizoen en de hoeveelheid voedsel.
Familie: Muridae
Groep: Knaagdieren
Status: Rode lijst (2009): Thans niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemeen
© 2019  NDFF
Ga naar de volledige website