Bever

Castor fiber


© André Eijkenaar

Ecologie & verspreiding
De bever is ons grootste knaagdier. Met zijn plompe lichaamsbouw en brede, platte en geschubde staart is hij niet te verwarren met enige andere soort, met uitzondering van de sterk gelijkende Canadese bever Castor canadensis. Neus, ogen en oren liggen op een lijn, zodat die tijdens het zwemmen net boven water steken. Aan de achterpoten hebben bevers een teen met een dubbele nagel om de vacht te kunnen kammen. Tussen de tenen van de achterpoten bevinden zich zwemvliezen. De vacht is zeer dicht en bruin, maar in Limburg leven ook donkerbruine bevers die in natte toestand zwart lijken. Deze worden wel als ondersoort C. f. vistulanus beschouwd en stammen af van Oost-Europese bevers die zijn uitgezet in de Eifel. Een bever is pas na drie jaar volgroeid en wordt tot 135 cm lang (inclusief de staart van maximaal 37 cm) en tot 35 kg zwaar.
Bevers leven in een familieterritorium dat met geurmerken wordt afgebakend. Als schuilplaats wordt een hol gegraven of een burcht van takken en modder gemaakt. Daarnaast gebruiken bevers regelmatig legers om de dag door te brengen. In een territorium worden meerdere holen en burchten gebruikt, soms tot enkele tientallen.
Familie: Castoridae
Groep: Knaagdieren
Status: Rode lijst (2009): Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzaam
© 2019  NDFF
Ga naar de volledige website