Grijze zeehond

Halichoerus grypus


© Wesley Overman

Ecologie & verspreiding
De grijze zeehond wordt ook wel kegelrob genoemd vanwege zijn platte schedel en lange snuit. Mannetjes kunnen tot 250 cm lang en 350 kg zwaar worden, vrouwtjes tot 210 cm en 220 kg. De kleur van de vacht varieert van lichtgrijs met donkere vlekken tot donkergrijs en zelfs zwart bij volwassen mannetjes. Grijze zeehonden zijn polygaam en kennen tijdens de voortplantingstijd een haremsysteem. Een volwassen mannetje verdedigt op een zandbank twee tot enkele tientallen geslachtsrijpe vrouwtjes. De jongen worden in het najaar geboren met een lange witte vacht die goed isoleert, maar waarmee ze niet goed kunnen zwemmen. Na een zoogtijd van 2-3 weken worden ze gespeend en verharen ze naar de volwassen vacht. Ze worden dan door de moeder verlaten, maar blijven nog weken alleen op de plaat, totdat ze klaar zijn om zelfstandig te foerageren. Ze teren zolang op hun reserves. Grijze zeehonden leven vooral in het water maar komen ook regelmatig aan land om te rusten. Tijdens de geboorte- en zoogperiode en tijdens de verharing verblijven ze circa twee weken op de kant. In ons land worden zandbanken gebruikt die bij normaal hoogwater niet onderlopen. Grijze zeehonden hebben een gevarieerd dieet wat betreft samenstelling en hoeveelheid. Enerzijds wordt dit beïnvloed door het seizoen, anderzijds door hun biologische cyclus, waarbij hun energiebehoefte varieert. Op grond van recent onderzoek aan uitwerpselen blijkt dat ze in Nederlandse wateren vooral bodemvis eten, met name platvis zoals schar, schol en tong. Verder eten ze pitvis, zandspiering en kabeljauwachtigen zoals pollak en meun. De laatste jaren is gebleken dat grijze zeehonden ook bruinvissen prederen.
Familie: Phocidae
Groep: Roofdieren
Status: Rode lijst (2009): Gevoelig
Zeldzaamheid: zeldzaam
© 2019  NDFF
Ga naar de volledige website