Dwergmuis

Micromys minutus


© Herman de Jongh

Ecologie & verspreiding
De dwergmuis is Europa’s kleinste knaagdier. ’s Zomers is de vacht aan de bovenkant geel- tot roestrood, ’s winters is alleen de onderrug roestrood, de rest is dan geelbruiner van kleur. Bij jongen is de rugzijde grijsbruin. De onderkant is steeds wit of vuilwit. Door de stompe snuit lijkt de dwergmuis op een woelmuis. De oren zijn relatief klein en steken maar nauwelijks buiten de vacht uit. De ogen zijn klein. De kop-romplengte is maximaal 8 cm, de weinig behaarde staart is iets korter en wordt als een grijpstaart bij het klimmen gebruikt. De dieren zijn niet zwaarder dan 11 g.
Door de lage dichtheden en hun leven in hoge vegetaties zijn dwergmuizen vaak moeilijk waar te nemen. In de winterperiode zijn ze ook overdag actief, ’s zomers voornamelijk ’s nachts. De omvang van de leefgebieden verschilt sterk naar gelang de aard en hoogte van de vegetatie. Gemiddeld beslaat een leefgebied circa 400 m2. Per jaar kunnen er 2-4 worpen zijn, met gemiddeld vijf jongen. Aantallen in de herfst kunnen zowel lokaal als door de jaren heen sterk fluctueren; dichtheden van meer dan 200 dieren per ha zijn bekend.
Familie: Muridae
Groep: Knaagdieren
Status: Rode lijst (2009): Thans niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemeen
© 2019  NDFF
Ga naar de volledige website