Ondergrondse woelmuis

Microtus subterraneus


© Wesley Overman

Ecologie & verspreiding
De ondergrondse woelmuis is onze kleinste woelmuis en onderscheidt zich van andere woelmuizen door zijn zeer kleine ogen. Hij heeft een gedrongen bouw, een kop-romplengte van maximaal 11 cm en een gewicht van maximaal 24 g. De dichte vacht is donker grijsbruin op de bovenzijde en lichtgrijs tot blauwgrijs op de buik. De oortjes zitten bijna geheel verstopt in de vacht. De staart is tweekleurig, dun behaard en tot 3,6 cm lang. De voorpoten hebben goed ontwikkelde nagels. De achtervoeten hebben vijf zoolkussens, één minder dan onze andere kleine woelmuizen.
Ondergrondse woelmuizen leven doorgaans in groepen van 5-10 dieren. Hoewel zo’n groep de hele zomer of langer kan blijven bestaan, is de leden een kort leven beschoren: gemiddeld worden ze slechts vier maanden oud. Het is dan ook normaal dat in circa zes weken de helft van de volwassen dieren is vervangen. Er is binnen een etmaal een activiteitsritme van 3-4 uur.
Hoewel de ondergrondse woelmuis zich het hele jaar kan voortplanten, zijn er gemiddeld slechts circa vijf worpen per jaar met gemiddeld 2,5 (1-4) jongen. Deze voor woelmuizen relatief lage productie van jongen wordt gecompenseerd door de relatief veilige ondergrondse levenswijze.
Familie: Muridae
Groep: Knaagdieren
Status: Rode lijst (2009): Onvoldoende gegevens
Zeldzaamheid: vrij zeldzaam
© 2019  NDFF
Ga naar de volledige website