Hermelijn

Mustela erminea


© Rob Strijker

Ecologie & verspreiding
De hermelijn is ’s zomers op de rug en staart kaneel- tot roodbruin en op de onderzijde (ivoor)wit tot eigeel. De grens tussen beide kleuren loopt vrijwel recht en wangvlekken ontbreken, in tegenstelling tot bij de wezel. In de winter worden sommige hermelijnen deels of geheel wit, uitgezonderd de opvallende zwarte staartpluim. De soort heeft een krachtiger voorkomen dan de wezel. De gemiddelde kop-romplengte is bij mannetjes 29 cm, bij vrouwtjes 23 cm. De lengte van de staart is minstens een derde van de kop-romplengte. Mannetjes wegen maximaal 350 g, vrouwtjes 230 g. Hermelijnen zijn voornamelijk dagactief. Hun ‘home range’ bedraagt enkele tot tientallen hectares. Territoria van mannetjes overlappen meestal die van meerdere vrouwtjes. De rans (paartijd) valt van half april tot juni. Bijzonder is dat vrouwtjes reeds als nestjong kunnen worden bevrucht. Er is een uitgestelde embryonale ontwikkeling tot rond begin maart. In april-mei worden gemiddeld zes jongen geboren.
Familie: Mustelidae
Groep: Roofdieren
Status: Rode lijst (2009): Gevoelig
Zeldzaamheid: vrij zeldzaam
© 2019  NDFF
Ga naar de volledige website