Gewone zeehond

Phoca vitulina


© De Zoogdiervereniging

Ecologie & verspreiding
De gewone zeehond heeft een bruingrijze tot grijze vacht met kleine donkere vlekken. Mannetjes worden tot 190 cm lang en 130 kg zwaar, vrouwtjes tot 150 cm en 100 kg. Jongen kunnen verward worden met jongen van de grijze zeehond, omdat deze nog niet de typische grote snuit hebben, maar bij jonge gewone zeehonden vormen de neusgaten in gesloten toestand een v. Verwarring is ook mogelijk met de ringelrob. Behalve dat de gewone zeehond tijdens laagwater in groepen ligt, vertoont de soort weinig sociaal gedrag. Verreweg het grootste deel van de tijd zijn de dieren op zee. De Nederlandse zeehonden blijven soms dagen achter elkaar in de Noordzee, soms op meer dan 100 km uit de kust. Regelmatig worden lange voedseltochten ondernomen, tot Denemarken, Engeland en Frankrijk aan toe. De dieren komen aan land om te rusten. Hun biotoop aan land in de Nederlandse kustwateren bestaat uit zandbanken en recent ook strand. Het getijderitme bepaalt daarmee wanneer de gewone zeehonden aan land kunnen komen. Vooral tijdens de verharing en de geboorte- en zoogperiode hebben de ligplaatsen een belangrijke functie. Het dieet van de gewone zeehond is gevarieerd qua samenstelling en hoeveelheid: het bestaat voornamelijk uit bodemvissen zoals platvis (bot, schar, schol en tong), kabeljauwachtigen en grondels, en wordt aangevuld met zandspiering en haring. De seizoensverschillen en de variatie van jaar tot jaar zijn gerelateerd aan de energiebehoefte en aan het wisselende prooiaanbod.
Familie: Phocidae
Groep: Roofdieren
Status: Rode lijst (2009): Kwetsbaar
Zeldzaamheid: vrij zeldzaam
© 2019  NDFF
Ga naar de volledige website