Bosdravik

Bromopsis ramosa subsp. benekenii


© Niels Jeurink

Ecologie & verspreiding
Bosdravik staat op zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke, humushoudende, matig stikstofrijke, vaak lemige grond. Ze groeit op lichte plekken in loof- en hellingbossen, in boszomen en op kapvlakten. De soort is vanouds bekend uit Zuid-Limburg, maar daar is ze zeer duidelijk achteruit gegaan door gewijzigd bosbeheer. Hierdoor wordt er niet meer selectief gekapt en zijn de bossen te schaduwrijk worden. Ook is sprake van verruiging van de bosranden. Vrij recent zijn er weer vindplaatsen bekend geworden, zo in het Gulpdal (2007) en in een oude kalkgroeve bij Ubachsberg (2008). De beide ondersoorten (Bos- en Ruwe dravik) overlappen elkaar in hun verspreidingsgebied en kunnen met elkaar verward worden. Naast de in de Flora genoemde beharing van de bovenste bladscheden, aantallen zijtakken en aartjes kunnen kommervormen onderscheiden worden door te kijken of de rand van de schub aan de voet van de bloeiwijze kaal of lang gewimperd is. Dat laatste kenmerk hoort bij Ruwe dravik.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juli

Hoogte - 0,60-0,90 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stengels zijn donkergroen. De plant groeit in losse pollen.

Bladeren - De bladen zijn minder fors dan die van Ruwe dravik. De onderste bladscheden zijn dicht behaard met lange ruwe haren. De scheden van de bovenste bladeren zijn kaal of dicht kortharig, soms met enige verspreide langere haren. De bladeren zijn 0,4-1,2 cm breed.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloeiwijze is na de bloei samengetrokken. Elke pluimtak heeft één tot drie aartjes van1½-2½ cm en bevatten drie tot zes bloemen. De meeldraden worden tot drie mm lang.

Vruchten - Een graanvrucht. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke, humeuze,vaak lemige grond.

Groeiplaats - Bossen (lichte plekken in loofbossen en hellingbossen), bosranden en kapvlakten.
Familie: Poaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: kapvlakten
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website